Leonardo Onderwijs

Passend onderwijs

Voor kinderen met een IQ van 85 of lager is er speciaal onderwijs. Voor de kinderen met een IQ van 70 of lager zijn er ook allerlei voorzieningen. Aan de andere kant van de lijn; voor kinderen met een IQ van 115-130 zijn er op een beperkt aantal scholen plusklassen. Voor kinderen met een IQ van 130 of hoger is er geen specifiek onderwijs; de Leonardoscholen zijn voor deze doelgroep bedoeld.

Inspiratie

Leonardo da Vinci is een van de meest bekende hoogbegaafde mensen uit de geschiedenis. Het onderwijs was in die dagen niet toereikend. Daarom besloot zijn oom Francesco hem aan de hand mee te nemen om hem de wereld te leren ontdekken. Leonardo kreeg de kans zich te verrijken aan dat wat de wereld te bieden had en de weg werd voor hem vrijgemaakt om zijn talenten tot ontwikkeling te laten komen. In de 21ste eeuw is het onderwijs voor veel hoogbegaafde leerlingen nog steeds niet toereikend en het aantal kinderen met een ‘oom Francesco’ is zeer beperkt.

Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid is gedefinieerd als het hebben van hoge intellectuele capaciteiten (IQ > 130), creativiteit in het bedenken van oplossingen en doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen. Ruim twee procent van de bevolking is hoogbegaafd. Hoogbegaafde kinderen zijn niet ‘gewoon slim’, maar ze denken op een wezenlijk andere manier (ook anders dan volwassenen) en zijn in hun mentale en sociale ontwikkeling verder dan hun leeftijdgenoten. Het is een misvatting te denken dat hoogbegaafde kinderen op school gemakkelijk meekomen en als vanzelfsprekend een succesvolle carrière tegemoet gaan. De werkelijkheid is helaas anders.

Door hun hoogbegaafdheid komen de kinderen vaak buiten de groep te staan. Dat leidt tot gevoelens van eenzaamheid en een negatief zelfbeeld. Ook worden de kinderen in deze groep relatief veel gepest. Als hoogbegaafde kinderen niet worden uitgedaagd in het onderwijs is de kans groot dat ze gaan onderpresteren en zich gaan aanpassen aan het gemiddelde van de groep omdat ze dat als de norm zien en er bij willen horen. Daarmee doen ze zichzelf geweld aan en dat heeft dan vaak psychosociale problemen tot gevolg, zoals onzekerheid, faalangst en het vertonen van ongepast gedrag.

Hoogbegaafden hebben de potentie om veel bij te dragen aan de innovatieve kracht van het Nederlandse bedrijfsleven en de wetenschap, aan maatschappij, cultuur en bestuur. Maar het is ook een groep waarvan slechts een relatief klein deel een universitaire opleiding afrondt en waarin het percentage psychische problemen aanzienlijk hoger ligt dan gemiddeld. Naast veel persoonlijk leed betekent dit een gemiste kans voor het bedrijfsleven en de wetenschap.

Uit ervaring blijkt dat meer dan de helft van deze kinderen problemen krijgt op school. Stel je eens voor: je wordt vier jaar en je kunt al lezen. Je begint enthousiast op de basisschool en dan ontdek je dat de stof die jij al beheerst pas in het derde leerjaar wordt aangeboden aan je leeftijdgenootjes. Vervolgens ontwikkel jij je door, maar jaar in jaar uit zit je in een klas waarvan je de leerstof allang kent. Je vindt school saai en je verveelt je enorm. Als kinderen op school geen mogelijkheden krijgen om hun kennis en talent verder te ontwikkelen, kunnen zij zeer gedemotiveerd raken en zich ongelukkig voelen.

Wat doen de scholen?

De meeste scholen en leerkrachten zien de problemen, maar het is niet eenvoudig om er op een passende manier mee om te gaan. Het reguliere basisonderwijs is vanzelfsprekend afgestemd op het gemiddelde kind. De onderwijsvernieuwingen “Adaptief onderwijs”, “Weer samen naar school” en “Passend onderwijs” zijn tot nu toe vooral gericht op leerlingen met leer- en gedragsproblemen die ontstaan omdat ze niet mee kunnen komen.

Voor kinderen aan het andere einde van het spectrum zijn bovenop het ‘plus’ aanbod voor de meerbegaafde kinderen geen extra mogelijkheden. Het aanbod voor de hoogbegaafde kinderen is dus onvoldoende. Vergelijk het met een raceauto die een gemiddelde snelheid mag halen van 80 km/u en met het plusaanbod tot 120 km/u komt. Wanneer mag je de rest van het vermogen gebruiken? Het blijft een raceauto.

Hoogbegaafde kinderen hebben niet geleerd om gebruik te maken van de mogelijkheden die ze hebben. Sterker, hoogbegaafde kinderen leren dikwijls dat voldoen aan het gemiddelde voldoende is. Ze leren niet te leren omdat alles wat ze horen al bekend is of direct duidelijk. Daardoor komt in het begin alles “aanwaaien” en als het dan later niet meer lukt dan kunnen de kinderen daar niet mee omgaan en lopen zij vast. Vaak voelen ze zich niet erkend in hun capaciteiten omdat hun gedachtegang niet gevolgd wordt door de klasgenoten en/of docenten. Dit leidt tot onzekerheid over eigen kennis en kunde. Beiden hebben als effect dat een groot aandeel van de hoogbegaafden afhaakt op school (drop-outs) en dat hun potentie niet gebruikt kan worden door henzelf en de maatschappij.

De oplossing

Hoogbegaafde kinderen verdienen het om al hun capaciteiten en talenten verder te kunnen ontwikkelen. Met Leonardo onderwijs is dit mogelijk. Volgens het Leonardo-concept zijn er op een reguliere basisschool aparte klassen voor kinderen met een IQ van 130 of hoger. Naast de lessen in hun eigen klas zijn er ook activiteiten die de kinderen met leeftijdgenoten uit de reguliere klassen doen. Zo wordt voorkomen dat de Leonardoklas een eiland op school wordt. Daarnaast blijven de kinderen in contact met leeftijdgenoten van allerlei niveaus zoals ze in de hele samenleving tegenkomen.

In de Leonardoklas staat de ontwikkeling van de individuele leerling centraal. Dit komt tot uitdrukking in het in eigen tempo doorwerken van de leerlijnen taal en rekenen/wiskunde en in het oneindig kunnen verbreden, verdiepen en verrijken van de leergebieden aardrijkskunde, geschiedenis, kennis der natuur en science onder Leonardotijd.
Naast de cognitieve ontwikkeling is er brede aandacht voor kunst, cultuur, dans, drama, muziek en sport (waaronder ook denksporten). Bij filosofie staan de leerlingen stil bij gebeurtenissen en levensvragen, discussiëren samen en vormen zich een mening daarover. Daarnaast zijn er de vreemde talen, gegeven door native speakers: Engels vanaf vier jaar, Spaans vanaf acht jaar.

Omgaan met hoogbegaafdheid moet leiden tot inzicht in de eigen realiteit als hoogbegaafde en het vermogen om met mensen van allerlei andere niveaus te kunnen communiceren.
Via de vakken informatica en multimedia doen de leerlingen vaardigheden en kennis op van de moderne informatietechnieken en systemen. Ieder kind heeft een eigen laptop, zodat ze deze continu kunnen gebruiken en toepassen.
Met het vak Leren Leren krijgen de leerlingen de instrumenten aangereikt om te kunnen leren: hoe leer je (werking van de hersens), samenvattingen maken, mindmapping, leren plannen, geheugentrainingtechnieken, leestechnieken, leerstijlen en leerstrategieën etc.

Met het vak Leren Ondernemen krijgen de leerlingen niet alleen kennis over ondernemerschap (businessplan, omzet, kostprijs e.d.), daarnaast leren zij ook een ondernemende en onderzoekende houding toe te passen, zodat ze uit zichzelf dingen willen weten en onderzoeken. Vaak zijn ze deze houding in het reguliere onderwijs kwijtgeraakt.

Onder Leonardotijd, vrije onderzoekstijd, kunnen de leerlingen toepassen wat ze o.a. met Leren Leren en informatica hebben geleerd, wordt de onderzoekende houding gestimuleerd, kunnen ze met Wereld Oriëntatie en Science eindeloos verbreden,
verrijken en verdiepen en wordt ook specifieke belangstelling voor kunst, literatuur, muziek, techniek e.d. gestimuleerd.
Als hoogbegaafde leerlingen weten hoe ze moeten leren (Leren Leren), instrumenten kunnen gebruiken om kennis te verwerven (informatica/multimedia), de drive hebben óm te leren (Leren Ondernemen) en de ruimte krijgen om zelf kennis te verwerven (Leonardotijd), dan is wat het verwerven van nieuwe kennis betreft the sky the limit.
Van essentieel belang is de manier van leren die gehanteerd wordt. Nieuwe stof wordt topdown aangeboden. Uitgegaan wordt van het geheel, waar iets toe moet leiden, het doel. Vervolgens komen de stappen die nodig zijn om dit doel te bereiken aan de orde en vaak doorlopen hoogbegaafde leerlingen deze in een fractie van de tijd die daarvoor normaliter wordt ingeroosterd.

Kortom: Het belangrijkste doel is dat hoogbegaafde kinderen zich binnen een uitdagende leeromgeving in een eigen tempo en zonder belemmeringen kunnen ontwikkelen. Als een kind kan groeien in zijn kennis en kunde, groeit tegelijkertijd ook het welbevinden, zelfvertrouwen en is hij of zij gelukkig.

Ervaringen Leonardoschool

Op meerdere plekken in het land zijn er Leonardo-klassen. De resultaten zijn veelbelovend en bijzonder motiverend om dit soort onderwijs mogelijk te maken:

Een kind gelukkig zien dat met zelfvertrouwen de omgeving tegemoet gaat en zich kan ontwikkelen op zijn eigen niveau, daar doen we het allemaal voor. Alle kinderen verdienen het om op eigen niveau te kunnen leren op school. Gelukkig is er al zeer veel ontwikkeld voor de kinderen die op school minder makkelijk kunnen meekomen. Het is tijd om hoogbegaafde kinderen dezelfde kansen te geven!